Prehistorische bijl krijgt plaats in Maaseiks museum
Het Regionaal Archeologisch Museum in Maaseik heeft er een prehistorisch object bij. Een gepolijste stenen bijl, gevonden langs een akker in Ophoven, werd geschonken door Theo Minkenberg uit Neeritter.
De bijl dateert uit het neolithicum of de vroege bronstijd, tussen ongeveer 4300 en 1800 voor Christus. Ze is gemaakt uit kwartsiet, een hard gesteente dat vooral uit kwarts bestaat. Zulke werktuigen werden in een houten steel geplaatst en gebruikt om bomen te rooien, hout te bewerken en huizen te bouwen.
Geen gewone steen
Curator en wetenschappelijk stafmedewerker Stephanie Cousin onderzocht de vondst. Voor leken lijkt het voorwerp misschien op een gewone steen, maar voor Stephanie was het meteen duidelijk: de vorm en afwerking duiden op mensenwerk.
“Je kunt dat gewoon zien doordat de vorm zeer symmetrisch is en dat het heel glad gepolijst is. Dat is iets dat op die manier niet in de natuur voorkomt”, zegt Stephanie.
| Lees ook: Dag van de Buren: Arno uit Opoeteren (Maaseik) |
Door de ploeg naar boven
De bijl werd gevonden aan de rand van een akker in Ophoven (Kinrooi). Dat zo’n oud object vandaag aan de oppervlakte ligt, heeft volgens Stephanie een eenvoudige verklaring.
“Dergelijke bijltjes zitten in de grond en door het ploegen van velden worden die eigenlijk door de ploeg omhoog gehaald. En dat is ook de reden dat die heel vaak gevonden worden in Vlaamse akkers”, legt ze uit.
Volgens Stephanie herschrijft de vondst de geschiedenis van Maaseik niet, maar is ze wel belangrijk. Vooral de vindplaats geeft archeologen extra informatie.
Puzzelstukje uit de prehistorie
“Dit object stamt uit de prehistorie. Dat is een periode waarin er geen geschreven bronnen aan ons zijn overgeleverd. Dus elk object is eigenlijk een soort van puzzelstukje dat wij kunnen gebruiken om het verhaal over het verleden in deze streek te reconstrueren”, zegt Cousin.
Als in dezelfde omgeving nog meer objecten uit dezelfde periode opduiken, kan dat wijzen op vroegere menselijke bewoning of een nederzetting. Daarom is het belangrijk dat vondsten worden gemeld.
Wie zelf een archeologische vondst doet, moet die in Vlaanderen online registreren via het vondstenportaal van de Vlaamse overheid. Dat helpt archeologen om beter zicht te krijgen op mogelijke sites.
Voor het museum kunnen zulke vondsten ook waardevol zijn. Ze hoeven niet altijd geschonken te worden. Soms kunnen ze tijdelijk in bruikleen worden gegeven voor een tentoonstelling.
Schepen van Musea Ine Franssen is blij dat de bijl nu publiek te zien is. “Nu kan iedereen het zien. Dus nu weet iedereen: kijk, het is een bijltje uit die tijd toen de mensen met zo’n werktuigen werkten.”
De prehistorische bijl is te bekijken in een aparte vitrine in het Regionaal Archeologisch Museum op de Markt in Maaseik.
Arne Vermeersch
